Een beetje geschiedenis
Vóór 1920
Wat er voordien precies aan de hand was, is moeilijk te achterhalen bij gebrek aan
geschreven documenten. Maar één ding staat vast : de Etat-Major, zoals hij nu is, vindt zijn oorsprong in 1920.“Paschen nadert …!” Met deze haast rituele aanhef, richt de “Cerkel Etat-Major” zich in 1920 tot de Lembekenaars.“
De cerkel ETAT-MAJOR staat afzonderlijk.
Sedert lange jaren bestaat er in Lembeek enen Etat-Major, voor doel hebbende de Paasfeesten te verheffen door zijne deelneming aan de militairen stoet.”Maar in 1920 zit er een haar in de boter :
“De bekomen uitslagen sinds 1919 lieten veel te wensen over.
De slemperij is uit.
De cerkel richt zich op nieuwen voet in.
Zijne bestuursleden hebben besloten, zijne officieren met toekomenden Pasen in buitengewonen uniform daar te stellen.”“Sedert lange jaren bestond er in Lembeek enen Etat-Major”, wat houdt dat in ?
Mondelinge overleveringen leren ons dat “er vroeger een in markies geklede groep”
mee opstapte. Wat is “vroeger” en had die groep iets te maken met de genaamde
Etat-Major ?
Vreemd toch. Daarnaast wordt er gesproken van een groep die slechts om de 7 jaar meedeed.
De Etat-Major ?
In het schitterende fotoboek
« Het Paasgebeuren in Lembeek » van Jan Neef en Jules Vanbellingen wordt verwezen naar een 7-jarige cyclus die “voorheen” (red. vóór 1920) zou bestaan hebben.
Spijtig dat wij hierover niet meer weten want 7 is een symbolisch, “heilig” getal en de “om de 7 jaar deelname” komt ook op andere plaatsen voor.
Hoe zat dat in Lembeek ?Wij vinden wel een spoor van een Etat-Major terug in 1914 in het dagboek van de gemeenteontvanger, aan wie de vereniging 15 frank betaalt als “taxe sur les divertissements publics”, waarschijnlijk voor het houden van een bal.In Hallensia, jaargang 11, nr 1 januari-maart 1989 lezen wij in het artikel“De Sint-Veroonmars, een historische benadering” van R. De Jonghe, C. Petit en D. Vandenplas : “ We weten met zekerheid, dat deze groep (red. Etat-Major) reeds in het begin van deze eeuw deelnam aan de stoet”
Tenslotte staat in de brochure “Etat-Major 1920-1995” een oude foto van een groep, die wij vandaag, afgaande op de bonte verscheidenheid van hun uniformen en de exotische look van sommige ervan, een zootje ongeregeld zouden noemen.
Zestien man staan erop. Met alle respect, maar zitten daar de “slempers” tussen ?
Is dat een groep van vóór1920 ? Waarschijnlijk.Maar kom, tenzij u lezer, ons over deze periode meer informatie bezorgt, bedekken wij deze wat misterieuze en troebele tijd, met de mantel der liefde en volgen nu de Etat-Major van 1920 tot op heden, in zijn groei en bloei.
Ere wie ere toekomt, eerst de commandanten sedert:
De eerste jaren van de Etat-Major. In de tijd tussen de twee wereldoorlogen groeit de Etat-Major al vlug uit tot een met Pasen niet meer weg te denken groep. De verankering van de groep in de Lembeekse gemeenschap en in de paasfeesten gebeurt probleemloos. Bewijs hiervan zijn onder meer de eretekens die het gemeentebestuur “voor een aantal jaren dienst” in de jaren dertig uitreikt aan Etat-Majorleden, waaronder de stichters.
Opmerkelijk is dat de Etat-Major in de eerste jaren van zijn bestaan aan verscheidene, meestal “vaderlandslievende” stoeten en optochten buiten Lembeek deelnam.
De Etat-Major buitenshuis in de jaren dertig
| |
Optocht te St-Gillis (Brussel)
|
|
| |
Te Fosses wil de Etat-Major deelnemen “à un grand cortège militaire”. De vereniging stelde zich zonder schroom voor als “un brillant Etat-Major d’avant guerre”.
|
|
| |
Viering van 100 jaar Belgische onafhankelijkheid te Fosses, Oisquercq en La Louvière.
|
|
| |
Een hoogtepunt, de deelname aan een grote folkloristische historische stoet op de wereldtentoonstelling te Brussel
|
|
In die tijd telde de Etat-Major om en nabij de 20 ruiters.
Vandaag zijn er dat een
40-tal.
1940, het einde van een tijdperk
De oorlogsdreiging wordt alsmaar groter. Toch bereidt de Etat-Major zich in 1940 voor op
Pasen “ondanks de huidige omstandigheden dees jaar”.
Het laatste vooroorlogse document :Lijst der ruiters 1940, 26 maart 1940
.Er is geen aktiviteit tijdens
de oorlogsjaren. Toch wordt de verzekeringspremie bij “La Baloise”
van 1940 tot 1944 jaarlijks betaald . Op 2 april 1945 valt de eerste naoorlogse Pasen :
de Etat-Major treedt aan met 23 ruiters.
1950-1960: het slabakt, maar …
Het valt niet te ontkennen, in de jaren 1950-1960 was er enige
sleet op Pasen (letterlijk ook op uniformen en uitrusting) gekomen.
Er was een toenemende schaarste aan paarden, ruiters en mensen die met paarden
konden omgaan.
Op de agenda van de algemene vergadering van de Etat-Major
in 1965 staat de “kwestie der paarden”.
Het aantal ruiters is niet het absolute criterium voor de leefbaarheid
van een groep, maar dat er in die jaren nog amper zo een dozijn in
de Etat-Major overbleven, was wel een veeg teken.
Maar de Lembekenaars bleven “hun” folklore trouw.
Hun inzet en medebeleven verminderde niet.
De Etat-Major, de andere soldatengroepen en de
kasdragers werden de hoeders van de traditie die Pasen hooghielden en bewaarden.
En het ging weer bergop.
Vandaag staat de Paasommegang er schitterender dan ooit,
met al zijn pracht en praal, al zijn kleuren en klanken. De moderniteit doet haar intrede
De Etat-Major nuIn de periode 1985-1995 zette de Etat-Major resoluut belangrijke stappen,
richting toekomst.
Met een grondige logistieke vernieuwing was al in de
jaren 70 aangevangen met de systematische aanschaf en herstelling van uniformen en uitrusting.
De vereniging gaf zich een stevige juridische en administratieve basis.
Ze werd een Vereniging zonder Winstoogmerk (v.z.w.), waarvan de statuten gepubliceerd
zijn in het Belgisch Staatsblad van 13 april 1989, onder de naam “Etat-Major der Paassoldaten van Lembeek”, kort “Etat-Major”.
De vereniging wordt zakelijk en tuchtvol geleid, wat geen hinderpaal moet zijn voor
kameraadschap, enthousiasme, creativiteit en een zekere zwier die de groep kenmerkt.
In 1995 vierde de Etat-Major op luisterrijke wijze zijn 75ste verjaring.
Tot eenieders verbazing en bewondering pakte de Etat-Major toen uit met een
soldatenkoor, dat onder de bezielende leiding van Gust Langendries,
op de feestzitting groot succes oogstte.
Jan Neef en Jules Vanbellingen zien het zo in hun boek : “De glans en schittering die de groep uitstraalt, herinnert moeiteloos aan de romantische militaire idealen van de achttiende en negentiende eeuw”.
De Etat-Major romantisch ?
Waarom ook niet ?

2007